Electro : Huishoudrobots

Electro : Huishoudrobots

Een ideale Valentijnstip : Huishoudsrobots! Het zijn een inmiddels vergeten voorspoedsdagdroom uit de jaren '60. Maar universiteiten en technologiebedrijven werkten er al die jaren in stilte aan verder. Met succes, want binnen tien à vijftien jaar staan ze misschien in de rekken van uw Expert.

Herb

Maak kennis met Herb. Vraag hem om een biertje, en de huishoudrobot rolt zichzelf naar uw ijskast, grijpt een flesje bier, en komt het u serveren. Het lijkt op een tafereel uit de tekenfilmserie The Jetsons. Maar technologiebedrijf Intel en de Carnegie Mellon-universiteit in het Amerikaanse Pittsburgh zijn keihard aan het werk om een robot als Herb (kort voor Home Exploring Robot Butler) klaar te stomen voor consumentengebruik. Een robot die u uw eten of drinken brengt, en uw vaat alvast sorteert voor de afwas? Droom nog eventjes verder, want er scheelt nog vanalles aan Herb. Hij is nog te groot om u niet in de weg te lopen, ziet eruit alsof hij gebricoleerd is uit verschillende rondslingerende onderdelen, en vertoont nog heel wat fouten in zijn programmatuur.

Maar toch vertegenwoordigt hij een nieuwe generatie in het technologisch onderzoek naar robots voor persoonlijk en huishoudelijk gebruik, dat ondertussen al zo’n vijftig jaar bezig is. De research van Intel en de universiteit rondde enkele belangrijke kapen in die ontwikkeling van robotica, zoals het vastgrijpen van objecten met verschillende groottes en texturen. Herb kan zowel een flesje frisdrank als een zakje chips vastnemen, zonder een van de objecten te verpletteren. Ook kan hij eenvoudige commando’s herkennen en zelfstandig uitvoeren. Maar de belangrijkste schrede voorwaarts die Herb neemt is dat hij zich volledig autonoom kan oriënteren. Ook als u een stoel verplaatst, of een rommeltje maakt van uw huiskamer, vindt hij zijn weg in uw woonst, want hij ziet zijn omgeving in drie dimensies. Hij kan objecten met verschillende groottes herkennen, en verschillende objecten groeperen. Maar vooral: hij reageert op alle veranderingen in zijn omgeving.

Personal robot

Herb is slechts één voorbeeld van talloze roboticaprojecten die de afgelopen tien jaar zijn opgedoemd. Automobielfabrikant Honda spendeerde bijvoorbeeld al miljoenen euro’s aan de ontwikkeling van zijn Asimo-robot, die zich voortbeweegt als een mens, zes kilometer per uur snel kan rennen, en in staat is om bewegende objecten, menselijke bewegingen, geluiden en gezichten te herkennen. Robotica voor persoonlijk gebruik begint ook op te duiken in de startupcultuur van technologiemekka’s als het Amerikaanse Silicon Valley: het in Palo Alto gevestigde bedrijf Willow Garage bouwde een robot die in verschillende universiteiten wordt ingezet voor de meest mondaine huishoudelijke taken, zoals het opvouwen van gewassen kleren.

Die recente ontwikkelingen volgen op eerdere projecten en producten uit de afgelopen dertig jaar die niet verder zijn geraakt dan een kleine niche, slechts half zijn gelukt, of compleet de mist zijn ingegaan. Tot pakweg tien jaar geleden hadden die ook zelden een praktisch nut: de in 1982 gelanceerde Hero-hobbyrobot van het Amerikaanse Heathkit Educational Systems was eigenlijk een soort rollende huiscomputer, die door de gebruiker zelf moest worden geprogrammeerd. Iets later, in 1985, kwam de ROB-robot van het Japanse videogameconcern Nintendo, die met de joypad van de NES-spelconsole moest worden bestuurd. Daarna bleef het eventjes stil, tot Sony eind jaren ’90 met zijn Aibo-robothond een kleine hysterie aanzwengelde. Pas enkele jaren later kwamen de eerste robots op de markt met een praktisch nut, zoals de Navibot-stofzuiger van Samsung.

Volgens de World Robotics Association werden er tot 2009 wereldwijd al 7,2 miljoen van die robots voor persoonlijk gebruik verkocht: 4,4 miljoen voor huishoudelijk gebruik (dus de Roomba’s en soortgelijke producten), en 2,8 miljoen voor het plezier (zoals Sony’s Aibo en diens voorgangers). De verwachting luidt dat daar tussen 2009 en 2012 nog eens 11,6 miljoen stuks zullen bijkomen. Dat maakt van robots nog verre van een massaproduct, maar er zit toch al stevige groei in.

Dagdroom

Robots die ons dagelijkse leven vergemakkelijken waren al een voorspoedsdagdroom in de jaren ’50 en ’60, toen men ook al dacht dat auto’s tegen nu zouden kunnen vliegen. Maar volgens optimistische robotici zitten we in de laatste rechte lijn van die ontwikkeling, die zich los van de fantasie al die jaren in stilte heeft doorgezet in R&D-labo’s: we zouden maximaal twintig jaar verwijderd zijn van het moment waarop volwaardige robots gewoon in de rekken van een elektrowinkel staan.

En ook over de vorm is niet iedereen het op dit moment eens. Robots op wieltjes lijken echter stilaan een norm te worden, net als de semi-menselijke vorm, met minstens een paar onderscheidbare ‘lichaamsdelen’ als armen en een hoofd.

Reacties